ELSA Leiden
Dutch Dutch

 

 

Vrijheid van meningsuiting op sociale media in tijden van corona

2 november 2020

Vyashti Ramlakhan

 

In ons doorgaande gevecht tegen het coronavirus, zijn de afgelopen maanden vanuit alle hoeken in de samenleving verschillende geluiden hierover te horen. Van alles is van belang in dit nieuwe normaal, vooral omdat informatie over het virus nogal altijd onzeker is: nog steeds is er veel onderlinge tegenspraak in wetenschap en regelgeving. Sociale media zijn bij uitstek waar dit soort uitingen gedaan worden. Dat is ook niet zo vreemd als je bedenkt hoe belangrijk deze zijn voor onze huidige levensstijl (of dat ook wenselijk is, is een heel andere discussie).

 

Deze platformen hebben ondertussen hun eigen vormen van coronabeleid ontwikkeld, in samenwerking met onder andere de Wereldgezondheidsorganisatie en de Europese Commissie. In gevallen van Facebook en YouTube is bijvoorbeeld bewust gekozen om bepaalde feitelijk onjuiste uitingen te verwijderen van het platform. Dat kan problematisch zijn voor de vrijheid van meningsuiting.

 

Facebook

Facebook heeft haar coronabeleid erop gericht om onjuiste informatie over het virus tegen te gaan die schadelijk zou kunnen zijn voor haar gebruikers. Praktisch betekent dat dat bepaalde posts die feitelijk onjuist en gevaarlijk kunnen zijn, kunnen worden verwijderd. Daar is door de stichtingen Smart Exit en Viruswaarheid tegen geprocedeerd (Rb Amsterdam, 13 oktober 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:4966), Zij stelden dat Facebook hiermee inbreuk zou maken op de vrijheid van meningsuiting.

 

De voorzieningenrechter begint met de uitleg dat de vrijheid van meningsuiting een fundamenteel recht is, vooral als de mening strijdig is met de heersende visie. Het is echter niet onbeperkt. Private partijen worden door de vrijheid van meningsuiting niet verplicht om te garanderen dat deze vrijheid kan worden uitgeoefend, omdat er geen directe horizontale werking geldt. Daarnaast kan vrijheid van meningsuiting ingeperkt worden ten behoeve van de volksgezondheid en de rechten van anderen. Facebook biedt met haar beleid ondersteuning aan de overheid in het belang van de volksgezondheid. Gezien de onzekerheid van de situatie en het doorgaande debat, heeft Facebook geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de gekozen weg door de overheid en is zij gehouden aan de richtlijnen die de overheid stelt. Het platform is dus vrij om dit beleid te voeren.

 

YouTube

YouTube heeft een video verwijderd die niet in overeenstemming is met haar coronabeleid. Ook hier zijn eisers van mening dat het platform ze censureerde (Rb Amsterdam, 9 september 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:4435). In deze zaak, anders dan bij Facebook even later, heeft de voorzieningenrechter echter anders geoordeeld: YouTube mocht haar beleid niet te strikt toepassen. Het platform mocht niet alleen content toestaan die in lijn was met de visies van het RIVM en de WGO. Daarmee zou er te veel beperking worden gelegd op de vrijheid van meningsuiting. Deze andere motivering heeft uiteindelijk niet veel uitgemaakt: ook hier mocht YouTube de video verwijderen, omdat de informatie evident onjuist was en dus mogelijk schadelijk en gevaarlijk.

 

Apart is dat de voorzieningenrechter bij YouTube wijst op de ‘horizontale werking’ van de vrijheid van meningsuiting, terwijl bij Facebook de rechter dit afwees en meer belang hechtte aan het feit dat het debat nog gaande is.

 

Kort gezegd, vrijheid van meningsuiting is van groot belang in een democratische samenleving. Vooral nu, met zoveel onzekerheden omtrent het virus en de maatregelen, moet het toch mogelijk blijven om kritisch te zijn. Lastig daarvan zal blijven dat mensen vaak te ver doorschieten en hun eigen waarheden creëren. Wat dat betreft hebben sociale media inderdaad de maatschappelijke plicht om zich aan overheidsrichtlijnen te houden en coronabeleid te voeren, al zal het moeilijk blijven om te bepalen wat al dan niet juist is. Als gevolg zullen zaken als bovenstaande vaker voorkomen.