ELSA Leiden
Dutch Dutch

 

Het onbeperkte spreekrecht in Nederland

6 december 2020

Bibianne de Bats

Op de vierde dag van de rechtszaak tegen Jos B. over de dood van de 11-jarige Nicky Verstappen hebben de moeder en de zus van Nicky hun spreekrecht gebruikt. De zus van Nicky sprak met de woorden: “Voor mij ben jij geen mens, je bent een monster.”. Maar mag iemand dit zeggen tegen een verdachte op grond van het spreekrecht?

De slachtoffers en de nabestaanden hebben volgens de wet het recht op spreken als het gaat om een misdrijf waar een gevangenisstraf van 8 jaar of meer op staat. Dit geldt tevens voor andere ernstige misdrijven, zoals mishandeling met ernstig letsel tot gevolg, bedreiging en zedendelicten. Het spreekrecht op zichzelf is een goed gegeven, maar er zitten volgens velen ook nog een paar haken en ogen aan.

Het spreekrecht voor slachtoffers en nabestaanden bestaat sinds 2005 in Nederland. Dit recht werd ingevoerd omdat rechtszaken tot die tijd volledig om de verdachte draaiden. Het spreekrecht moest in de eerste plaats slachtoffers erkenning geven en kon bovendien bijdragen aan het verwerken van het ernstige misdrijf voor het slachtoffer. In 2012 werd dit spreekrecht verruimd, met name door aan meer betrokkenen dan alleen het slachtoffer spreekrecht toe te wijzen. De slachtoffers en nabestaanden konden hiermee slechts iets zeggen over ‘de gevolgen van het strafbare feit’. In 2016 is dit verder verruimd naar het onbeperkte spreekrecht dat we nu kennen. Dit betekent dat de slachtoffers en de nabestaanden hun spreekrecht ook mogen gebruiken om iets te zeggen over de mogelijke bewezenverklaring, het strafbare feit, de schuld van de verdachte en de hoogte van de straf.

Buiten kijf staat dat het spreekrecht erg belangrijk is voor de slachtoffers en de nabestaanden in het verwerkingsproces. Zij voelen zich vandaag de dag steeds meer gehoord en serieus genomen in het strafproces. Ook heeft het onbeperkte spreekrecht een positief effect op het herstel van de emotionele impact die het misdrijf heeft veroorzaakt.

Ondanks deze positieve kanten van het onbeperkte spreekrecht, is er ook een keerzijde. Veel advocaten stellen dat het onbeperkt meepraten zorgt voor een situatie waarbij het slachtoffer volledig los kan gaan op de verdachte, terwijl diens schuld (nog) niet is bewezen. Dit zou volgens deze tegenstanders betekenen dat wij in Nederland afscheid hebben genomen van de onschuldpresumptie. Er zou namelijk geen onderscheid meer zijn tussen dader en verdachte, terwijl dit juist een fundamenteel aspect is van onze rechtsstaat. Daarom pleiten zij voor het tweefasenproces, waarbij de rechter eerst over de schuldvraag en pas daarna over de strafmaat oordeelt. Hierdoor krijgt het slachtoffer, als de schuldvraag positief luidt, meer ruimte om zijn verhaal te doen, aangezien hij niet meer bang hoeft te zijn om als getuige opgeroepen te worden.

Toch blijkt uit het rapport van het WODC dat het tweefasenproces meer nadelen met zich meebrengt dan op het eerste gezicht verwacht zou kunnen worden, waardoor het toch van de baan is. Dit is voornamelijk vanwege het feit dat over de vaststelling van de schuld tot aan de Hoge Raad doorgeprocedeerd kan worden, waardoor het vraagstuk over de strafmaat wel erg lang op zich zou laten wachten.

Het spreekrecht is dus erg belangrijk in het Nederlandse strafproces. Het geeft de getroffenen namelijk het gevoel dat ze gehoord worden. Aan de andere kant zou het in enkele gevallen in kunnen gaan tegen de onschuldpresumptie. Het tweefasenproces zou hiervoor de oplossing kunnen zijn, maar ook dit brengt nadelen met zich mee. Het onbeperkte spreekrecht is dus tot op de dag van vandaag een punt van discussie en dit zal in de toekomst nog wel voortduren.