ELSA Leiden
Dutch Dutch

 

De weigering van het coronavaccin en ontslag

Senna Asbai

Al maandenlang heerst de gedachte dat het coronavaccin hét redmiddel zal zijn om de mensheid voorgoed te bevrijden van de lange, eenzame en uitzichtloze dagen die wij inmiddels al tien maanden samen, maar tegelijkertijd alleen, hebben doorgemaakt.  Alhoewel landen als Rusland en Engeland al enige tijd bezig zijn met vaccineren, heeft het Europese geneesmiddelenbureau ‘EMA’ eind december het Amerikaans-Duitse vaccin van Pfizer en dat van BioNTech goedgekeurd. Op 6 januari zijn wij dan ook in Nederland van start gegaan met de eerste vaccinaties.

Nu het coronavaccin eindelijk beschikbaar is, blijkt vooralsnog dat een groot deel van de Nederlandse bevolking er niets voor voelt om zich te laten inenten. Hierbij rijst de vraag of een werkgever van zijn werknemers kan eisen dat zij zich laten inenten, of dat de werkgever hen kan ontslaan bij de weigering. De arbeidsovereenkomst brengt namelijk een verplichting voor de werknemer met zich mee om de arbeid zo goed mogelijk te verrichten.
Zo wordt het van zorgpersoneel verwacht dat zij zich (als een van de eersten) laten inenten, terwijl eenderde daarvan aangegeven heeft het vaccin absoluut niet te willen. Is zo’n weigering gegronde reden voor ontslag?

Het verplichten van een ander tot het nemen van vaccinaties is in strijd met artikel 11 van de Grondwet. Op grond van dit artikel heeft eenieder recht op de onaantastbaarheid van zijn lichaam, oftewel het recht om te bepalen wat er met zijn/haar lichaam gedaan wordt. Het verplicht stellen van vaccinaties door de werkgever zou klaarblijkelijk een inbreuk op dit grondrecht betekenen.

Toch kunnen werknemers zich niet onbegrensd beroepen op grondrechten. Grondrechten vergen namelijk een belangenafweging, waarbij een inbreuk gerechtvaardigd kan worden indien aangetoond wordt dat de inbreuk een dringend(er) doel dient, zoals de bescherming van de volksgezondheid in het geval van COVID-19. Gezien de kwetsbaarheid van de patiënten in ziekenhuizen en de bewoners in verzorgingstehuizen, en het onvermijdelijk contact, is het van groot belang dat het zorgpersoneel zelf geen bron van besmetting vormt.

Naast het dienen van een belangrijk doel, is het vereist dat de middelen waarmee een inbreuk op het grondrecht worden gemaakt passend en noodzakelijk zijn. Zo zal een zorginstelling moeten verantwoorden waarom de gezondheid van de patiënten en medewerkers op geen andere manier dan middels een vaccinatie kan worden gewaarborgd. Zo moet een werkgever naar alternatieve oplossingen zoeken, waarbij gedacht kan worden aan de verplichtstelling van het dragen van beschermende kleding voor de werknemer die het vaccin weigert te nemen. Als dat geen adequate oplossing biedt moet de werkgever zich buigen over de vraag of er wellicht een andere passende functie binnen de organisatie is voor de betreffende werknemer. Ontslag is het ultimum remedium en is alleen gerechtvaardigd in zeer uitzonderlijke gevallen.