ELSA Leiden
Dutch Dutch

Omtzigt-gate’ en het onduidelijke formatieproces     

Aron Knijnenberg        
Geschreven op 2 april 2021

Rond drie uur in de nacht van donderdag 1 op vrijdag 2 april 2021, werd duidelijk dat demissionair premier Mark Rutte nog kon rekenen op het vertrouwen van een (nipte) meerderheid van de Tweede Kamer. Rutte bleef echter verre van onbeschadigd en zou alle zeilen moeten bijzetten om nog een nieuw kabinet te kunnen gaan leiden.

Het beschadigde vertrouwen ontstond doordat Rutte – bedoeld of onbedoeld – niet de waarheid sprak over het gesprek dat hij had gevoerd met oud-verkenners Annemarie Jorritsma en Kasja Ollongren. Alle drie verklaarden zij dat het in dat gesprek niet was gegaan over CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt en een eventuele andere functie die hij zou moeten krijgen. Uit de donderdag vrijgekomen documenten bleek echter dat dit niet klopte. Rutte en de verkenners verklaarden daarop dat zij zich het gesprek verkeerd hadden herinnerd, een verdedigingslinie waar een groot deel van de Kamer geen genoegen mee nam.

De verontwaardiging ging niet alleen over het niet spreken van de waarheid, maar ook over de functie die verkennende gesprekken (zouden moeten) hebben in de formatie. Een oorzaak van deze nog lopende discussie is een gebrek aan duidelijke regels betreffende de kabinetsformatie.

Sinds 2012 wordt over het formatieproces geen verantwoording meer afgelegd aan het staatshoofd, maar aan de Tweede Kamer. Deze wijziging heeft plaatsgevonden met democratisering en meer transparantie als doel. Hoe de procedure verloopt en wat daarin de rol is van bijvoorbeeld de verkenners, is nauwelijks vastgelegd.

Inmiddels zijn alle gespreksverslagen van de verkenners met de fractievoorzitters openbaar gemaakt, terwijl vertrouwelijkheid van gesprekken van groot belang is in de formatie. Er zijn op dit moment geen regels over welke informatie openbaar moet zijn en welke informatie juist vertrouwelijk moet blijven. In artikel 11.2 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer is slechts vastgesteld dat de Kamer de (in)formateurs kan uitnodigen om inlichtingen te verschaffen over de formatie.

Verschillende experts, waaronder hoogleraar Staats- en bestuursrecht Wim Voermans van de Universiteit Leiden, pleitten de afgelopen dagen voor een nieuwe regeling die meer duidelijkheid moet geven over het verloop van het proces en de verhouding tussen transparantie en vertrouwelijkheid. Hiermee zouden complicaties zoals die van de afgelopen week (deels) voorkomen kunnen worden.

Feit blijft dat de gelekte notities en de onwaarheden die hierover zijn verteld enorme schade hebben toegebracht aan het samenstellen van een nieuw kabinet. Voor D66-leider Sigrid Kaag is het niet meer vanzelfsprekend dat Rutte het initiatief neemt in dit proces en ze voegde er aan toe dat zij in zijn positie zou zijn opgestapt. Ook binnen het CDA is er logischerwijs sprake van beschadigd vertrouwen na wat in de media ‘Omtzigt-gate’ wordt genoemd. Het is de vraag of deze partijen, hoewel ze de motie van wantrouwen niet steunden, willen gaan regeren met Rutte als premier. De jongerentakken van het CDA, D66 en de ChristenUnie (de vierde coalitiepartij die Rutte uiteindelijk steunde) lieten in een verklaring weten dat zij een kabinet Rutte-IV met hun partijen in ieder geval niet meer zien zitten. Rutte gaf de dag na het debat aan nog steeds ‘enorm gemotiveerd’ te zijn om te gaan regeren, maar weet dat herstel van vertrouwen in zijn persoon na het debat nog niet voldoende is teruggekeerd.

Terwijl Nederland zich in een immense crisis op het gebied van onder andere volksgezondheid en economie bevindt, wordt de vorming van een nieuw kabinet dat ook die crisis moet bestrijden gecompliceerder dan ooit. Zoals de betrokken partijen zich zullen realiseren, is snel herstel van het formatieproces – op welke manier dan ook – essentieel om Nederland weer vooruit te helpen tijdens én na de crisis. Over deze crisis zou de maatschappelijke en politieke discussie nu namelijk moeten gaan.